Nu de hoofdlijnen van het coalitieakkoord bekend zijn is het tijd om te kijken wat de formerende partijen over de zorg hebben opgenomen. In hoeverre verschilt dit van het huidige beleid en op welke manier gaat dit worden bekostigd?

Het akkoord (pdf) dat luistert naar de titel ‘Hoop, lef en trots’, gaat zoals verwacht uitgebreid in op bestaanszekerheid, maatregelen tegen migratie, een streng toelatingsbeleid voor asielzoekers, de toekomst voor landbouw en visserij, en woningbouw. De zorg blijft ook zeker niet onbesproken, waarbij het stokpaardje over het eigen risico als één van de grote punten van het akkoord naar buiten wordt gebracht. Zoals al werd gevreesd is het Nationaal Groeifonds gesneuveld, net als het Fonds Onderzoek Wetenschap.

image 87

Inhoud hoofdlijnenakkoord

Eigen risico

De PVV, VVD, NSC en BBB zijn overeengekomen dat het eigen risico meer dan gehalveerd moet gaan worden, van € 385 nu (nog bevroren tot en met 2025) naar € 165 in 2027. Voor 2026 zal het eigen risico eveneens € 385 blijven, zo blijkt uit het bijgevoegde budgettair kader (pdf). Ook wordt het eigen risico getrancheerd op maximaal € 50 per behandeling, in tegenstelling tot het huidige voorstel waarin € 150 eigen risico per behandeling staat.

Minister Dijkstra stuurde eind april een reactie op de petitie ‘Schaf het eigen risico af’ met daarin een berekening van wat de volledige afschaffing zou moeten kosten. Zij liet weten dat een volledige afschaffing ongeveer € 6 miljard per jaar kost. Dit omdat naast de € 2 miljard hogere zorguitgaven vanwege een hogere zorgvraag, er € 4 miljard wegvalt aan opbrengsten van het eigen risico. Deze hogere zorgkosten moeten conform de reguliere financieringssystematiek via de nominale premie worden betaald. Vertaald naar de plannen van de ogenschijnlijk nieuwe coalitie: het eigen risico gaat omlaag, maar de consequentie is dat de zorgpremie zelf daarmee omhoog gaat. Dit wordt ook in het budgettair kader genoemd. Om dan toch het gewenste effect op de koopkracht te bereiken, wordt dit via de inkomensbelasting ‘teruggegeven’. Ook wordt de tegemoetkoming voor arbeidsongeschikten afgeschaft.

Versterking eerstelijnszorg

De positie van eerstelijnszorg, waaronder die van de huisarts, wijkverpleging en mantelzorgers, moet worden versterkt. Dit moet onder andere gebeuren door verbetering van onderlinge samenwerking. Het rapport Visie Eerstelijnszorg 2030 vermeldt al dat er op lokaal niveau hechte wijkverbanden moeten komen, en op regionaal niveau een eerstelijnssamenwerkingsverband. Via dit verband worden afspraken gemaakt met verzekeraars, gemeenten en andere zorgdomeinen over de organisatie, infrastructuur en activiteiten die nodig zijn om de eerstelijnszorg duurzaam toegankelijk te houden en te versterken.

Elektronisch patiëntendossier (EPD)

Er moet een veilig, decentraal vormgegeven EPD komen – ook voor uitwisseling van gegevens binnen de zorg. Dit alles met inachtneming van privacy en gegevensbescherming.

Op EU-niveau is onlangs een politiek akkoord gesloten over de Electronic Health Data Space (EHDS). VWS is vooruitlopend op de definitieve tekst van de EHDS al begonnen met voorbereidingen voor wat in Nederland moet worden geregeld en heeft onlangs aangegeven een beleidsstandpunt te ontwikkelen voor gebruik van zorgdata. Met name voor Nederland zijn de opt-out-regelingen en privacy altijd al een gevoelig punt geweest (zie ook het EPD-debacle en moeizaam vervolg daarop). Ondanks dat er al een Europees akkoord ligt, zal het aankomende kabinet nog invloed hebben op de nationale implementatie.

Polisvoorwaarden en contractering

De voorwaarden van de zorgpolis moeten ‘glashelder’ zijn bij het afsluiten van een polis, hieronder valt ook zorgcontractering. De NZa moet toezien op begrijpelijkheid van de polisvoorwaarden.

De zorgcontractering verloopt al enige jaren moeizaam. De NZa heeft in september 2023 hiertoe een document opgesteld waarmee zorgaanbieders en zorgverzekeraars het contracteerproces makkelijker en sneller zouden moeten kunnen laten verlopen. Op deze manier moet het voor consumenten tijdens het overstapseizoen duidelijker worden wat er per aangeboden polis wordt vergoed. Hierop kan door het toekomstige kabinet dus worden voortgeborduurd.

Medisch-ethische kwesties

De wettelijke kaders voor medisch-ethische kwesties blijven ongewijzigd. De omgang met (onderzoek naar) embryo’s, abortus en euthanasie worden hierbij expliciet genoemd. Het maatschappelijke en politieke debat over het begin en einde van leven moet worden gevoerd met inbreng van zorgverleners, ethici en onderzoekers. Als er onvoorziene en belangwekkende ontwikkelingen plaatsvinden wordt er gekeken naar huidige wetgeving. De twee aanhangige initiatiefvoorstellen worden eveneens voortgezet.

Wat nergens in het akkoord staat vermeld, maar waar NSC de afgelopen periode druk mee is geweest, is transgenderzorg. De partij diende een motie in om de nieuwe transgenderwet van tafel te vegen. Het onderwerp was controversieel verklaard waardoor de wet niet meer kon worden behandeld, maar de partij diende in april een motie in met het verzoek aan het kabinet om het voorstel in te trekken. In februari diende NSC-Kamerlid Hertzberger eveneens een motie in over de behandeling met puberteitsremmers. Normaalgesproken valt dit onderwerp onder ziekenhuiszorg, maar doordat NSC het onderwerp politiek heeft gemaakt, ontspint hier zich toch een ethische discussie. Het lijkt erop dat het laatste woord hierover dus nog niet is gezegd.

Arbeidsmarkt in de zorg

Ook de formerende partijen vinden dat het aanpakken van personeelskrapte in de zorg een hoge prioriteit moet hebben. Ze willen het aantrekkelijker maken om in de zorg te werken, door het geven van meer autonomie, loopbaanperspectief, goede arbeidsvoorwaarden en door regeldruk en administratieve lasten te beperken (door bijvoorbeeld innovatie). Verder wordt gestimuleerd dat personeel in loondienst de eerste keuze krijgt bij roosterindeling. Het vraagstuk over medisch specialisten in loondienst wordt niet genoemd.

Deze plannen lijken niet echt te verschillen van de plannen die er al liggen en worden uitgevoerd onder het huidige programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg (TAZ). De eerste keuze bij roosterindeling is bijvoorbeeld vorig jaar al in een aantal grote zorgsectoren via de cao afgesproken (zoals bij de NVZ en in de VVT). Vorige maand heeft minister Helder nog € 108 miljoen uitgetrokken voor de beperking van regeldruk en administratieve lasten door innovatie. Vanaf 2022 was er structureel per jaar € 130 miljoen beschikbaar aan extra middelen voor het TAZ-programma. In het budgettair kader wordt echter onder structurele verlaging van de uitgaven geschreven dat een intensivering van juist dat programma per 2026 wordt teruggedraaid. In het debat van maart over arbeidsmarktbeleid in de zorg, hamerde Fleur Agema (PVV) erg stevig op een halvering van de administratieve lasten als enige wat kon helpen bij het oplossen van de personeelstekorten en dat daarvoor alles uit de kast zou moeten worden getrokken. Dat dit niet uitgebreider wordt besproken in het akkoord is daarom opvallend.

Acute zorg

Er moeten regionale afspraken tussen ziekenhuizen worden gemaakt over bereikbaarheid bij acute zorg in de buurt en van streekziekenhuizen, waarbij de insteek is dat streekziekenhuizen worden behouden. Er wordt daarvoor onderzoek gedaan naar alternatieve bekostigingsvormen van de spoedzorg, anders dan in het huidige stelstel van marktwerking.

Herhaaldelijk wordt een SEH tijdelijk gesloten vanwege capaciteitsproblemen (personeel, dan wel bedden). Minister Kuipers had de hervorming van de acute zorg tot een van zijn speerpunten gemaakt. Hij zag zorgcoördinatie als een belangrijke pijler van een toekomstbestendige acute zorg (een doelstelling uit het huidige/voormalige coalitieakkoord) en een drager van de gewenste samenwerking tussen partijen in de acute zorgketen. Kuipers’ plannen rondom concentratie en het aanpassen van de 45-minutennorm lijken het tegenovergestelde te zijn van de plannen van de toekomstige coalitie. Toen het kabinet viel, is deze 45-minutennorm controversieel verklaard en de vier partijen lijken met betrekking tot dit onderwerp dus echt een andere koers te willen gaan varen.

Effectiviteit en passende zorg

Zowel cure als care moeten worden doorgelicht op bewezen niet-effectiviteit, noodzakelijkheid, overbehandeling en voorkomen van onnodige zorgvraag. Aanbieders van zorg die misbruik maken van het stelsel moeten ook worden aangepakt. De organisatie van zorg moet in de keten op de best mogelijke plek plaatsvinden. Tijdige afstemming tussen de zorgwetten moet daaraan een bijdrage leveren.

Ook hier zijn sinds de start van het IZA allerhande ontwikkelingen gaande. Zo wordt er vol ingezet op passende zorg, en worden er bijvoorbeeld ten aanzien van geneesmiddelen allerlei aanpassingen aangekondigd op het gebied van beoordeling op effectiviteit.

Overige (langetermijn)plannen

De volgende punten komen eveneens aan bod, voor nu en voor de langere termijn:

  • Agressie en geweld tegen zorgverleners en fraude in de zorg worden aangepakt
  • Preventie komt meer centraal te staan, met eveneens aandacht voor sport en bewegen (maar het preventiebudget is zojuist geschrapt)
  • Investeren in betere ouderenzorg (structureel € 600 miljoen vanaf 2027)
  • Uitvoering van de hervormingsagenda jeugd en verbeteren van prestaties van de jeugdzorg
  • Nieuwe samenhangende aanpak van beleid omtrent vaccinaties
  • Samenwerking borgen tussen alle zorg- en hulpverleners over de verschillende zorgwetten heen om het recht op palliatieve en terminale zorg te kunnen borgen.
Verdere verdieping nodig

Alleen op het gebied van acute zorg en het verminderen van het eigen risico lijkt de toekomstige coalitie echt andere plannen te hebben. Het is nog de vraag in hoeverre de wijzigingen in de acute zorg haalbaar blijken en wanneer die plannen kunnen worden uitgevoerd. Er moet hiervoor namelijk eerst nog een alternatieve vorm van bekostiging worden gevonden.

Of de plannen ten aan zien van probleemvraagstukken als arbeidsmarkt nu echt wezenlijk verschillen van wat er al in gang is gezet kan pas worden gezien als er verdere verdieping heeft plaatsgevonden. Het grootste probleem (personeelstekorten) wordt wel genoemd, maar tegelijkertijd valt op dat de financiën de woorden niet volgen; er wordt zelfs budget geschrapt.

Vooralsnog lijken de meeste plannen een voortzetting van het huidige beleid, iets wat misschien ook niet verwonderlijk is gezien de IZA-uitwerking net op stoom begon te komen. In het akkoord staat dan ook dat er wordt voortgebouwd op het IZA. De intentie is om tijdens de regeerperiode een nieuw hoofdlijnenakkoord af te sluiten voor de curatieve zorg nadat het IZA in 2026 is afgelopen. Als stok achter de deur kan het macrobeheersingsinstrument worden ingezet, is de boodschap. Het nieuwe hoofdlijnenakkoord moet structureel € 590 miljoen opleveren, en de volumegroei moet gelijk blijven aan het laatste jaar van het huidige IZA.

Over geneesmiddelen staat er nagenoeg niets in, behalve dat er op internationaal niveau een strategische voorraad moet worden aangelegd. Ook over de verdere concentratie of spreiding van ziekenhuizen in combinatie met complexe zorg wordt weinig vermeld – dit terwijl het toch onderwerpen zijn die de gemoederen de afgelopen jaren aardig hebben beziggehouden, net als de wens van sommige partijen om minder marktwerking in de zorg te hebben. Dit akkoord is bedoeld als hoofdlijnenakkoord; in een volgende fase moet dit alles nog worden uitgewerkt tot een regeerakkoord. De toekomstige VWS-minister(s) krijgen dus een behoorlijke kluif om het beleid nog verder vorm te geven …


De reacties op het akkoord stromen binnen. Zo zegt de Patiëntenfederatie dat verlaging van het eigen risico een eerste goede stap is om stapeling van zorgkosten voor patiënten tegen te gaan, maar dat er meer nodig is. De GGD spreekt over ‘mooie woorden, maar minder geld’, en is kritisch op de plannen. De FMS is blij dat de nieuwe regering de uitdagingen erkent, maar is vooral benieuwd naar de uitwerking van alle plannen. Ditzelfde geldt ook voor de FNV, die zegt af te wachten over er echt geïnvesteerd gaat worden in de zorg.


Door: Sanne Nagelhout

Bron: Axon Healthcare, Federatie Medisch Specialisten (FMS), Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), GGD GHOR, Het Financieele Dagblad (FD), Medisch Contact, Ministerie van VWS, Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), Patiëntenfederatie Nederland, Rijksoverheid, Skipr, Tweede Kamer