Medio februari heeft minister Dijkstra (Medische Zorg) de Tweede Kamer ingelicht over de vooruitgang in de onderhandelingen over een nieuw pandemie-instrument en de mogelijke wijzigingen in de International Health Regulations (IHR, 2005) binnen de WHO. De onderhandelingen vinden plaats om mondiale gezondheidscrisissen beter het hoofd te bieden. De aanleiding hiertoe was de COVID-19-pandemie, in eerste instantie een gezondheidscrisis, die zich uitbreidde tot een ongekende wereldwijde maatschappelijke crisis, waarin eenheid en saamhorigheid uiteindelijk ver te zoeken was. Terwijl het ene land vaccins, mondkapjes en tests oppotte, zat het andere zonder. Kennis en patenten werden niet gedeeld. Hoe hangt de vlag er nu bij?

In haar brief aan de Kamer (pdf) geeft Dijkstra aan dat de wereldwijde gezondheidscrisissen van de afgelopen jaren hebben geleid tot het besef van de noodzaak van meer effectieve internationale samenwerking. Om die reden heeft de WHO stappen ondernomen om een nieuw pandemie-instrument te ontwikkelen. Een ambitieus streven om het mondiale raamwerk voor pandemiepreventie, -paraatheid en -respons te versterken.

Als reactie op de wereldwijde impact van de COVID-19-pandemie werd tijdens de World Health Assembly (WHA) in december 2021 de Intergovernmental Negotiating Body (INB) opgericht. Dit centrale orgaan, gecoördineerd door Nederland en Zuid-Afrika, houdt toezicht op de complexe en delicate onderhandelingen die in februari 2022 van start zijn gegaan. Hoewel minister Dijkstra in haar brief aan de Kamer niet ingaat op controversiële onderwerpen die de onderhandelingen bemoeilijken lijken die er wel te zijn.

Controversiële conceptversie van 2022

Volgens de eerste conceptversie van de wereldwijde pandemieovereenkomst, moeten regeringen 20% van alle tests, vaccins of behandelingen reserveren voor distributie door de WHO in armere landen om een herhaling van het “catastrofale falen” tijdens de COVID-19-pandemie te voorkomen. De helft daarvan zou een donatie moeten zijn. In ruil daarvoor moeten de armere landen informatie en virusmonsters delen. Een dergelijke impactvolle maatregel komt uiteraard niet zomaar tot stand.

Ook pleit de eerste concept WHO-overeenkomst van 2022 voor het tijdelijk opschorten van het patentrecht tijdens pandemieën. Dit zou een bredere toegang tot vaccins, diagnostische tests en levensreddende medicijnen sneller mogelijk maken, omdat men dan overal ter wereld dergelijke middelen zelf kan produceren. De farmaceutische industrie is echter tegen deze maatregel. Hetzelfde geldt voor mogelijke bepalingen die farmaceutische bedrijven kunnen verplichten om details vrij te geven van eventuele publieke contracten voor vaccins en behandelingen tijdens mondiale gezondheidscrisissen. En dit is slechts een greep uit gevoelige onderwerpen die in de onderhandelingen ter sprake komen.

Het pandemie-instrument

Het pandemie-instrument heeft tot doel een geavanceerd en alomvattend raamwerk te bieden voor multilaterale samenwerking. Het gaat daarbij vooral om paraatheid en capaciteitsopbouw in de zogenaamde ‘koude fase’, wanneer er nog geen dreiging van een gezondheidscrisis is. Ook gaat het om coördinatie en onderlinge solidariteit tijdens een pandemie. Andere kernthema’s zijn onder meer preventie, respons, monitoring, onderzoek & ontwikkeling, duurzame productie en technologieoverdracht.

Daarnaast is het de bedoeling dat het instrument gaat voorzien in mechanismen en structuren waarmee de toegankelijkheid en beschikbaarheid van medische producten tijdens een pandemie beter kunnen worden geborgd.

Het INB-bureau, drijvende kracht achter alle onderhandelingen, streeft ernaar om de uiteindelijke tekst van het instrument vast te stellen tijdens de WHA in mei 2024, waarna de nationale ratificatieprocessen kunnen starten. Als alles goed gaat tenminste want, volgens insiders, lijken de onderhandelingen zeer stroef te lopen.

Inzet Nederland pandemie-instrument

Nederland zet bij de onderhandelingen in op een aantal prioriteiten, waaronder:

  • Preventie vanuit een One Health-aanpak op met name zoönose (overgaan van infecties van dier op mens) en antimicrobiële resistentie. Dit is in overeenkomst met het Global Health Pact dat Nederland eind september 2023 heeft ondertekend.
  • Vroegsignalering ter voorkoming van toekomstige pandemieën.
  • Access & Benefit Sharing, opdat ziekmakende virussen en bacteriën sneller in beeld komen. Een vergelijkbaar systeem bestaat al bij de WHO voor pandemische influenza.
  • Internationale afspraken en samenwerking rondom ontwikkeling, productie en distributie in crisistijd van kritieke medische producten en de gelijkwaardige toegang tot die producten.
  • Toegankelijke, duurzame financiering en capaciteitsopbouw van pandemische paraatheid, met name in lage inkomenslanden, zonder dat dit ten koste gaat van bestaande financiering voor mondiale gezondheid.
  • Mondiale afstemming door nationale overheden via de WHO bij de bestrijding van internationale gezondheidscrisissen die dreigen uit te groeien tot een pandemie.
  • Geen overdracht van nationale bevoegdheden en/of soevereiniteit rondom de inzet van maatregelen ter bestrijding van een internationale gezondheidscrisis, maar eerder een kader voor gezamenlijke wereldwijde actie.

Volgens minister Dijkstra speelt Nederland een proactieve en leidende rol in het aansturen van deze cruciale veranderingen. De Nederlandse delegatie in de INB en in andere internationale fora zet zich in voor een inclusieve aanpak die de belangen van alle lidstaten vertegenwoordigt. Er wordt gezocht naar een evenwicht tussen nationale soevereiniteit en de noodzaak van gezamenlijke actie.

Parallelle onderhandelingen over IHR-wijzigingen

Naast de ontwikkeling van het pandemie-instrument vinden er eveneens intensieve discussies plaats over mogelijke wijzigingen in de Internationale Gezondheidsregeling (IHR). De IHR fungeert momenteel als het juridisch bindende kader voor de internationale aanpak van gezondheidscrisissen. Het doel is om dit kader aan te vullen en aan te passen om zo een meer geïntegreerde benadering van mondiale gezondheidscrisisrespons mogelijk te maken.

De huidige IHR (vastgesteld in 2005) faciliteert monitoring, surveillance en vroegsignalering van internationale gezondheidsbedreigingen en stelt eisen aan nationale capaciteiten rondom preventie, paraatheid en respons. Bij een zogenaamde Public Health Emergency of International Concern (PHEIC), kan de WHO aanbevelingen doen aan leden over maatregelen ter bestrijding van een infectieziekte en/of over restricties voor het internationale reizigers- en goederenvervoer. Deze aanbevelingen zijn echter niet afdwingbaar.

Het pandemie-instrument is vooral gericht op mondiale samenwerking en de toegang tot medische tegenmaatregelen. Het proces waarin een gezondheidscrisis met pandemisch potentieel kan worden uitgeroepen, moet goed aansluiten op de bestaande mechanismen, wetenschappelijke adviesstructuren en bevoegdheden zoals die voor de PHEIC zijn ingericht onder de IHR.

De voorgestelde wijzigingen in de IHR omvatten verbeteringen in surveillance, classificatie van crisissen, toegang tot medische tegenmaatregelen en samenwerking met andere internationale organisaties. De Nederlandse regering benadrukt de cruciale rol van monitoring en vroegsignalering binnen de IHR. Het versterken van deze mechanismen is immers essentieel om tijdig te kunnen reageren op potentiële gezondheidscrisissen.

Besluitvorming en toekomstige stappen

De besluitvorming over het pandemie-instrument is een complex proces dat afhangt van de keuze van de juridische basis. Wordt het een verdrag of een andere juridische regeling?

De planning is om goedkeuring te verkrijgen tijdens de Wereldgezondheidsvergadering in mei 2024. Vervolgens worden er nationale ratificatieprocessen in gang gezet om ervoor te zorgen dat het instrument effectief wordt geïmplementeerd in de lidstaten. Alle voorgestelde wijzigingen in de IHR worden uiteraard ook ter goedkeuring voorgelegd aan het Nederlandse parlement. Tegelijkertijd zullen de voorgestelde wijzigingen in de IHR in mei 2024 aan de WHA worden voorgelegd voor goedkeuring.

Aangezien het pandemie-instrument waarschijnlijk aanzienlijke invloed zal hebben op de bevoegdheden van de Europese Unie, zal goedkeuring niet beperkt blijven tot nationaal niveau. De Europese Commissie (EC) onderhandelt daarom namens de EU-lidstaten voor zowel het pandemie-instrument als de wijzigingen in de IHR.

Komende maanden zijn bepalend voor de toekomst van de mondiale gezondheidsagenda

In conclusie omvat de weg vooruit complexe juridische, politieke en internationale overwegingen. De interactie tussen nationale soevereiniteit, internationale samenwerking en de belangen van individuele burgers vormt een uitdaging die om een zorgvuldige aanpak vraagt. Volgens minister Dijkstra is Nederland vastbesloten om bij te dragen aan de totstandkoming van een veerkrachtig en samenhangend internationaal gezondheidssysteem.

De komende maanden zullen bepalend zijn voor de toekomst van de mondiale gezondheidsagenda. De vraag is wat er na alle onderhandelingen van de goede bedoelingen om herhaling van de COVID-19-tragedie te voorkomen overblijft.

Minister Dijkstra belooft de Kamer voor de WHA van mei 2024 een nieuwe stand van zaken voor te leggen. Axon zal de vorderingen op de voet volgen.


Bron: Axon Healthcare, De Volkskrant, Ministerie van VWS, Radboud Universitair Medisch Centrum, Rijksoverheid, Universiteit Twente (UT)